Diep verzonken in gedachten staart professor Icks met gefronste wenkbrauwen naar de muur voor zich uit. Hij wordt echter wreed verstoord door de binnenkomst van Jantje.
‘Zo professor, weer hard aan het werk?'.
‘Overal ter wereld verandert het klimaat; het wordt warmer, natter en de zeespiegel stijgt. Het is een groot probleem,' zucht de professor zorgelijk, terwijl hij zijn benen van het rommelige bureau tilt.
‘O, is dat alles? Waarom doet iedereen daar nou zo moeilijk over?'
Professor Icks kijkt Jantje niet begrijpend aan.
‘Op de wereld is alles aanwezig wat we nodig hebben. Echt waar.
...Alleen zien we het niet,' zegt Jantje heel wijs, met zijn hoofd een tikje schuin en zijn schouders licht ophalend.
‘Om te ademen hebben we zuurstof nodig en dat is er!
Om niet uit te drogen hebben we water nodig en dat hebben we!
Om ons buik te vullen zijn er genoeg natuurlijke bronnen.'
‘Dus jij denkt dat er voor duurzame energie ook zoiets is?' vraagt de professor geamuseerd achteroverleunend.
Regenwater en watermolens
‘Ja, de oplossing is peanuts. Waarom wordt het natter in zoveel landen?
Gewoon, zodat we bij gebouwen moderne watermolens kunnen neerzetten, die het regenwater dat met bakken naar beneden komt in het regenseizoen via de waterafvoer omzetten in energie voor het gebouw zelf. Of voor wat anders. Scheelt weer een hoop, toch? Nu doen we niets met al het water in overvloed.
Het teveel aan regenwater kan in reservoirs opgevangen worden en hergebruikt worden voor tal van andere dingen op de wereld!'
‘Ja, ja en hoe denk jij ...', voordat de professor zijn zin kan afmaken, vervolgt Jantje enthousiast: ‘En het proces voor het maken van schone energie is eeuwen geleden al ontdekt.
...Alleen, zien we het niet.'
‘O, ja?, ' de professor krabt bedenkelijk achter zijn rechteroor, terwijl hij Jantje vragend aankijkt.
‘Tuurlijk! Wat zijn de overeenkomsten tussen bio-alcohol en wijn?'
‘Nééé. Dat is onmogelijk.' De toon in de stem van de professor klinkt afwijzend.
‘Daar komt vast veel te veel bij kijken. Te duur; de druiven zouden uitgeput raken; het zou teveel schadelijke stoffen produceren. Ik denk niet dat dat de oplossing is hoor.'
‘Denkt U dat echt?' reageert Jantje enigzins teleurgesteld naar zijn schoenneuzen kijkend.
Voor een seconde, want even later roept hij met een brede grijns op zijn gezicht ‘Legt U mij dan eens uit waarom ik in de zomer altijd mijn voeten verbrand op het strand?'
‘Huh? ...Wat bedoel je?'
De grootste warmtebron
‘Het zand!
Het zand op het strand, in de woestijnen. Het is de grootste warmtebron op aarde.
Waarom wordt de warmte dat vastgehouden wordt door woestijnzand niet omgezet in energie?
Water vormt toch ook een warmtebron dat in energie omgezet kan worden, waarom kan dat niet met woestijnzand? Misschien is het dan ook niet meer zo heet in de woestijn en op de Aarde?'
Jantje tuurt terloops door de grote telescoop bij het raam.
‘Dat kan niet.'
‘Waarom niet?'
‘Eeeh, omdat het niet kan...; te heet, denk ik.'
‘Te heet? Te heet?'
Jantje strekt met wanhopige gebaren zijn korte armen uit naar het plafond, ‘Te heet?
Professor, dat is niet het probleem, maar de oplossing!' Jantje schudt van ongeloof zijn hoofd heen en weer.
‘De hitte van de zon in de woestijn kan voor zoveel doelen gebruikt worden.
Het kan gebruikt worden om robotten werkend op zonne-energie in te zetten om in de woestijn hele irrigatie-projecten op te zetten; om land te bewerken en gewassen te verbouwen die tegen de droogte en de zon kunnen. Zoals eeh... cactussen!
Kan dat professor: bio-alcohol van cactussen maken?' Jantje gebruikt de korte stilte die volgt om zijn bril dat op het puntje van zijn neus hangt naar achteren te schuiven.
De professor kijkt Jantje ondertussen schaapachtig aan, die al snel vol ongeduld verder mijmert.
‘Of anders: mais, bij een overdekt irrigatieproject?
Denkt U eens in, als U over 20 jaar een grote jongen bent bestaat de woestijn uit complete cactusvelden of overdekte maisvelden, die voorzien in de produktie van duurzame energie, zonder het risico dat er snel een tekort ontstaat.'
‘Maar Jantje, hoe dan?'
Stijgende zeespiegel
‘Nou, het zeewater, dat toch teveel is, wordt door robotten, werkend op zonne-energie en met GPS getransporteerd in de woestijn. Tijdens het transport verdampt het water en kan het ontdaan worden van de zeezout, de overgebleven ‘zoete' damp condenseert in de nacht en kan gebruikt worden om de gewassen te besproeien. De robotten kunnen de gewassen na verloop van tijd oogsten en transporteren naar fabrieken, waar ze verder verwerkt worden.'
‘Beste Jantje, in het zeer onwaarschijnlijke geval dat het klimaatprobleem met jouw voorstellen nu nog steeds niet opgelost zou kunnen worden, heb je mij en mijn wetenschappelijk collega's uitgedaagd om voort te borduren op de weg naar een wereld die jij voor ogen hebt.
...We moesten het alleen eerst even zien.'